Elite boxing

Wat is Elite boxing

Boksen bestaat uit twee types namelijk het profboksen en het amateurboksen (ook wel Olympisch boksen genoemd) in België. Beide verschillen in vele aspecten van elkaar. Bij het profboksen (Elite boxing) gaat de afstand bij de mannen van 4×3’ tot max. 12×3’ en bij de vrouwen van 4×2’ tot 10×2’. De profbokser heeft een ontbloot bovenlichaam (enkel de  heren).  Er wordt geen hoofdbescherming gedragen. De handschoenen zijn tot weltergewicht 66kg 8oz en vanaf zwaarwelter 69kg 10oz. De puntentoekenning gebeurt door 3 ringrechters. De boksers krijgen altijd een financiële vergoeding, op voorhand vastgelegd bij contract, via hun manager.

De eliteafdeling telt in Vlaanderen momenteel officieel 40 eliteboksers. Het totaal aantal elites in België wordt geschat op een 100-tal. Ze sluiten een contract af met een manager die de praktische en financiële aspecten voor hen regelt. Zij ontvangen een deelname- en/of winstpremie voor elke kamp welk onderling wordt geregeld met de promotor. Net omwille van deze laatste reden worden vaak te snel voor een profstatuut gekozen.  Elke profbokser start in principe als amateurbokser. Om profbokser te worden dient de amateurbokser een aanvraag in bij de eigen nationale federatie. Binnen de profcircuit zijn tientallen internationale federaties actief op Europees en wereldniveau. Elke internationale bond waakt zelfstandig en in samenwerking met hun nationale ledenbonden over het toekennen en beheren van hun de eigen titelgevechten. Voorbeelden van boksbonden op wereldniveau zijn de World Boxing Association (WBA), World Boxing Organisation (WBO), World Boxing Council (WBC), International Boxing Federation (IBF), World Boxing Federation (WBF), Women’s International Boxing Federation (WIBF), Women’s International Boxing Association (WIBA) en de International Boxing Union (IBU). In elke organisatie kunnen wereldtitels behaald worden.


Heel wat internationaal bekende profboksers namen eerst deel aan de Olympische Spelen voor ze de overstap naar het profboksen maakten. Het amateurboksen betekende met andere woorden een aanloop naar een succesvolle profcarrière. Voorbeelden hiervan zijn Muhammad Ali (goud in Rome 1960, Joe Frazier (goud in Tokyo 1964), George Foreman (goud in Mexico City 1968), Sugar Ray Leonard (goud in Montreal 1976), Evander Holyfield (brons in Los Angeles 1984), Oscar de la Hoya (goud in Barcelona 1992) en Floyd Mayweather Jr. (brons in Atlanta 1996). Boksers die kiezen voor het statuut van profbokser konden, tot enkele jaren geleden, vanaf het moment van overstap nooit meer deelnemen aan kampen in het amateurboksen en bijgevolg ook de Olympische Spelen.

 

« Samen verenigd voor een sterker bokslandschap »